Club belge du Coton de Tuléar - U.R.C.S.H. 857

Begische Club van de Coton de Tuléar - K.K.U.S.H. 857

Rasstandaard

OORSPRONG : Madagascar.

BEHEERD : door Frankrijk.

GEBRUIK : Gezelschapshond.

F.C.I. CLASSIFICATIE : Groep 9 Gezelschapshonden.
Sectie 1.2 Coton de Tuléar.
Zonder werkproef.

KORT HISTORISCH OVERZICHT : Ingebracht in Frankrijk lang voor zij officiële herkenning in 1970, heeft deze nieuwkomer uit Madagascar een ereplaats ingenomen bij de gezelschapshonden van dit land; nu is hij in de hele wereld vertegenwoordigd.

ALGEMEEN ASPECT : Kleine gezelschapshond met lange vacht, wit gekleurd en met een katoenachtige textuur, met ronde, donkere, levendige, intelligente ogen.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN :
- De schofthoogte is in verhouding van 2 a 3 met de lengte van het lichaam.
- De lengte van de kop is in verhouding van 2 a 5 met die van het lichaam.
- De lengte van is in verhouding van 9 a 5 met die van de snuit.

GEDRAG / KARAKTER : Van vrolijk karakter, in evenwicht, zeer sociaal met mensen en met soortgenoten, hij past zich aan alle levensstijlen. Het karakter van de Coton de Tuléar is een van de voornaamste karakteristieken van het ras.

KOP : Kort, van boven gezien : driehoekig

SCHEDELSTREEK :
Schedel : Van voor gezien lichtjes gewelfd ; nogal breed in verhouding met zijn lengte. Wenkbrauwbogen weinig ontwikkeld. Lichte voorhoofdsrimpel. Protuberantie en kam van achterhoofd weinig merkbaar. Jukbogen goed ontwikkeld.
Stop : Weinig ontwikkeld.

FACIALESTREEK :
Neus : Recht.
Snuit : Recht.
Lippen : Fijn, gespannen, van hetzelfde kleur als de neus.
Gebit / tanden : Tanden goed op een rij, schaargebit, tanggebit of onder-voorbijtend maar perfect sluitend ; het ontbreken van PM1 is niet strafbaar ; de M3 komen niet in aanmerking.
Kaken : Droog.
Ogen : eerder rond, donker, levendig, goed uit elkaar geplaatst ; de randen van de oogleden zijn zwart of kastanjebruin gepigmenteerd volgens de kleur van de neus.
Oren : Vallend, driehoekig, hoog op de schedel gehecht, fijn op de uiteind ; tegen de kaken gedragen, ze bereiken de mondhoeken. Bedekt met wit haar of met enkele licht grijze sporen (menging van wit en zwart haar die een aspect van licht grijs geeft) of roodgrijsachtig ( menging van wit en ros haar die een aspect van roodgrijs geeft).

NEK : goed gespierd, lichtjes gewelfd. De hals goed gehecht. Verhouding hals/lichaam : 1/5. vel goed gespannen, zonder halskwab.

LICHAAM :
Algemeen uitzicht : ruglijn lichtjes gewelfd. Hond langer dan hoog.
Schoft : Weinig merkbaar.
Rug en lenden : Rug stevig, bovenste lichtjes gebogen. Lende goed gespierd.
Kruis : Schuin, kort en gespierd.
Borst : Goed ontwikkeld, goed afgedaald op niveau van de ellebogen, lang ; goede ronde ribben.
Buik : Om hoog gaande maar niet zoals een windhond.

STAART : Laag aangehecht, in de verlenging van de wervelkolom.
- In rust dalend onder de knieholte, het uiteinde naar boven wijzend.
- In beweging : "vrolijk" gedragen (omgebogen op de rug, de punt naar de nek, de schoft, de rug of de lende gericht). Bij de honden met veel vacht, mag het uiteinde op de rug-lendestreek rusten.

LEDEMATEN.

VOORPOTEN :
Algemeen uitzicht : De voorpoten zijn loodrecht.
Schouders en voorarmen : Schouder schuin, gespierd. Schouderhoek (scapulo-humeral) ongeveer 120°. De lengte van het opperarmbeen (humerus) is ongeveer dezelfde als van het schouderblad.
Voorarm : De humero-radiaalhoek (opperarmbeen en spaakbeen) is ongeveer 120° ; voorarmen loodrecht en evenwijdig, goed gespierd, met een goed gebeente ; de lengte van de voorarm komt overeen met de lengte van opperarm.
Voetwortel : In de verlenging van de lijn van de voorarm.
Middenvoet : Sterk, van de zij gezien lichtjes gebogen.
Voorvoeten : Klein, ronde vorm ; tenen tegen elkaar, gewelfd ; zoolkussen gepigmenteerd.

ACHTERPOTEN :
Algemeen uitzicht : De achterpoten zijn loodrecht. Zonder gezocht te worden, is de aanwezigheid van achterklauwen niet gestraft.
Dij : Sterk gespierd, heuphoek ongeveer 80°.
Onderbeen : Schuin, met de dij een hoek vormend van ongeveer 120°.
Sprong : Droog, goed afgetekend ; spronghoek ongeveer 160°.
Middenvoet : Loodrecht.
Achtervoeten : Klein, ronde vorm ; tenen tegen elkaar, gewelfd ; zoolkussen gepigmenteerd.

GANGWERK : Vrij en gemakkelijk, zonder veel terrein af te leggen ; in actie blijft het bovenste stevig en de hond drijft niet in zijn gang.

VEL : Fijn, goed gespannen over het hele lichaam ; roze gekleurd, mag gepigmenteerd zijn.

VACHT.

Haar : Het is een van de voornaamste karakteristieken van het ras, aangezien dat de naam zelf ervan voortvloeit. Heel zacht en soepel, katoenachtig, nooit hard of ruw, de beharing is compact, weelderig en mag een heel klein beetje gegolfd zijn.

KLEUR : fondkleur wit.

Enkele sporen van lichtgrijs (menging van wit en zwart haar) of roodgrijs (menging van wit en ros haar) zijn toegelaten op de oren. Dergelijke sporen kunnen toegelaten worden op de andere delen van het lichaam, voor zover ze het algemeen wit aspect niet veranderen ; ze zijn echter niet opgezocht.

POSTUUR EN GEWICHT.

Postuur : Reuen : van 26 tot 28 cm, tolérantie 2cm meer en 1 cm minder.
Teven : van 23 tot 25 cm, tolerantie 2cm meer en 1 cm minder.

Gewicht : Reuen : van 4 tot een maximum van 6 kg.
Teven : van 3,5 tot een maximum van 5 kg.

FOUTEN : Alle afwijkingen van voorgaande punten moeten als fouten aangerekend worden, in verhouding tot de mate van de afwijking.

ERGE FOUTEN :

- Kop : Plat of bolvormig ; smalle kop.
- Snuit : Niet evenredig met de verhouding kop/voorhoofd.
- Ogen : Licht van kleur, te veel amandelvormig, entropion, te veel uitstekend.
- Oren : Te kort, te weinig lengte van het haar. Oren naar achter wijzend (in roos).
- Nek : Te kort, in de schouders, tenger.
- Bovenlijn : te veel gewelfd, zadelrug.
- Kruis : Horizontaal, nauw.
- Schouder : Recht.
- Ledematen : voeten naar binnen, voeten naar buiten, losgelaten ellebogen, knieholte te open of te gesloten, hoeken te recht.
- Haar : Te kort, te veel gegolfd, gekruld.
- Pigmentatie : gedeeltelijk of te lichte kleur van de oogleden of de lippen ; neus ontkleurd, sporen van vlekken zonder pigment.

UITSCHAKELENDE FOUTEN :

Algemene type :
- Te weinig type (onvoldoende etnische eigenschappen, zodat het dier in het algemeen niet genoeg meer op zijn soortgenoten van hetzelfde ras lijkt.
- Postuur en gewicht buiten de limieten en de toleranties van de standaard.

Bijzondere punten in het type :
- Voorhoofd : Gebogen.
- Ogen : Uitpuilend met tekens van dwerggroei, te licht van kleur ; verschillend gekleurd.
- Oren : recht of halfrecht staand.
- Staart : Niet tot aan de knieholte reikend ; hoog geplaatst ; volledig opgerold (een dichte krul vormend) ; boven of tegen de dij geplakt ; kaarsrecht ; zonder staart.

Vacht :
- Haar : Atypisch, gekruld ; wollig, zijdeachtig.
- Vacht : Hevig gevlekt ; alle volledig zwarte vlekken.
- Pigmentatie : gebrek aan pigmentatie van een ooglid of de neus of de lippen.

Anomalieën :
- Bovenst of onderst prognatisme met verlies van contact ; verticale gaping van de snijtanden.
- Afwezigheid van tanden, behalve de PM1, de M3 komen niet in aanmerking.
- Agressieve of uiterst angstige hond.

N.B. : Reuen moeten twee duidelijke normale in het scrotum afgedaalde testikels bezitten.